Sociale constructie van emergente eigenschappen is een aanpak om via een iteratief proces betekenis te laten ontstaan uit narratief materiaal zoals verhalen, video’s, foto’s, etc. Het narratieve (verhalende) materiaal kan vooraf maar ook ter plekke worden verzameld, bijvoorbeeld via een verhalencirkel.
Overzicht
Deze methode is zeer geschikt om in korte tijd een set herkenbare beelden op te bouwen die bruikbaar is voor vele doeleinden. Bijvoorbeeld het vergelijken van de formele en de emergente waarden van een organisatie of het vergelijken van de beelden hoe managers zichzelf zien en hoe medewerkers hen zien (of andersom). De resultaten kunnen vervolgens gebruikt worden in velerlei verandering- en ontwikkel-processen, maar zijn ook noodzakelijk is voor de configuratie van SenseMaker.
Archetypen
Er kunnen verschillende vormen van emergente eigenschappen ontstaan, enkele veelgebruikte archetypische vormen zijn:
- Karakters – extreme voorstellingen van karakters, zoals we die bijvoorbeeld ook kennen uit de (Griekse en Noorse mythologie)
- Thema’s – extreme voorstellingen van onderwerpen of belangen
- Waarden – extreme voorstellingen van cultuureigenschappen
- Situaties – extreme voorstellingen van beslissingssituaties
Daarnaast valt ook te denken aan archetypen op het gebied van relaties, veranderingen en vuistregels. Al deze archetypische vormen zijn verbonden met de cultuur van een groep of community. Ze beschrijven als het ware de stand van zaken op sociaal gebied.
Archetypen kunnen worden gezien als een kracht die aanwezig is een een groep binnen een bepaalde context. Het laten ontstaan van deze archetypes – via sociale constructie – biedt goede kansen voor betekenisgeving aan de mensen die deelnemen in de workshop. Meer dan eens is dan ook een “aha” of “of zit dat zo” te horen.
Archetypes zijn geen stereotypen
Er zijn drie vuistregels waarmee archetypen en stereotypen te onderscheiden zijn:
- Archetypes zijn eendimensionaal extreem. Het zijn karikaturen die nimmer een echt persoon, onderwerp of situatie kunnen beschrijven. In die extreemheid zit ook meteen een groot deel van hun bruikbaarheid; ze helpen ons om de grenzen van onze ervaring te bespreken, de plekken waar we ons het meeste zorgen of maken of moeite mee hebben.
- Alles en iedereen kan worden met archetypen worden aangeduid, maar stereotypen passen bij niets en niemand. Stereotypes verdelen, archetypen verbinden.
- Een groep archetypes vormen samen een “familie” van krachten binnen een community of met betrekking tot een onderwerp. Eén archetype “werkt” dus niet in afzondering, maar moet altijd worden beschouwd in de context van de collectieve uitbeelding van een community of onderwerp. Een stereotype heeft weinig of zelfs geen verbindingen en wordt meer gedefinieerd door isolatie dan door relaties.
Archetypen zijn niet universeel
De archetypen die wij gebruiken zijn anders dan die van Jung. Ze zijn specifiek voor een context of een community. Archetypes van verschillende groepen kunnen overeenkomsten hebben, maar ze zijn nooit identiek omdat ze verbonden zijn met de realiteit van die groep. Het vinden van universele archetypen is niet het doel van deze methode. Dat zou contraproductief en zelfs gevaarlijk zijn.
Gebruik van Archetypen
Eenmaal geconstrueerd, bieden archetypen een aanknopingspunt voor het ontwikkelen van een gezamenlijke taal waarmee uitdagingen kunnen worden aangegaan die wel belangrijk zijn, maar niet altijd eenvoudig aan de oppervlakte komen. Archetypen kunnen bijvoorbeeld gebruikt worden om:
- Trainingsmateriaal op het gebied van impliciete kennisvaardigheden te organiseren.
- Twee groepen hun onderlinge verschillen qua werkwijze te laten begrijpen.
- Verhalende historische data zo te organiseren dat snel analogieën met een actuele situatie gevonden kunnen worden.
- Producten te ontwerpen door nieuwe functies te testen tegen de reacties van een familie van archetypes die de klanteigenschappen vertegenwoordigen.
Voorbereiding
Het construeren van archetypes start met een set narratief materiaal. Deze worden vaak vooraf verzameld middels een of meerdere methoden zoals naïeve interviews, veld interviews, observatie, verhalencirkels, enzovoort. Het narratieve materiaal kan de vorm van geluid, tekst of beeld hebben en beschikbaar zijn op een website, op papier of een andere snel toegankelijk medium.
De mensen die deelnemen aan een archetype workshop moeten toegang hebben gehad tot het narratieve materiaal. Soms is het niet mogelijk om iedereen alles vooraf te laten zien of horen, dus is het raadzaam om e.e.a. zo te organiseren dat iedereen een deel heeft gezien en dat ieder verhaal of anekdote door meerdere personen is gezien. Dit gaat het makkelijkste via een website of door het verspreiden op papier, tape of email.
Hoe mensen precies kennis nemen van het narratieve materiaal is enigszins flexibel. Men zou bijvoorbeeld de verhalen kunnen ophangen aan de wanden van de workshopruimte en PC’s neerzetten waar video’s bekeken kunnen worden gedurende voldoende tijd bij de start van de workshop.
Creatie van stereotypen
Het sociale constructieproces doorloopt meerdere iteraties. Normaliter 2, zelden meer dan 3. In de eerste iteratie ontstaan echter zelden archetypen, maar meestal stereotypen. Het proces start door de deelnemers te vragen bepaalde items die in het materiaal voorkomen te benoemen:
- Karakters, bijvoorbeeld namen van personen of rollen. Deze zullen uiteindelijk leiden tot archetypen
- Onderwerpen/kwesties. Deze zullen leiden tot thema’s
- Acties/gedragingen. Deze zullen leiden tot waarden
Vraag de mensen om deze snel op te schrijven op hexagons terwijl ze praten. Er is geen ruimte voor debat, ze moeten proberen er zoveel mogelijk te vinden zonder te stoppen. Zorg dat de boel in beweging blijft.
Laat de groep nu de hexagons clusteren in grotere groepen. Dit zijn stereotypen, maar noem ze niet zo, want de deelnemers reageren in het algemeen niet positief als je ze vertelt dat ze stereotypen aan het verzamelen zijn. Vraag de mensen gewoon om de clusters een naam te geven.
Workflow
Omschrijven van stereotypen
Neem nu de originele hexagons weg en laat alleen de clusternamen liggen. Vraag de deelnemers om grote tegenstellingen te beschrijven voor de stereotypen:
- Voor clusters van karakters, wat hun beste vriend en ergste vijand over hen zou zeggen
- Voor clusters van onderwerpen/kwesties, wat een optimist en wat een pessimist over het thema zou zeggen
- Voor clusters van acties/gedragingen, wat iemand die dit positief zou waarderen zou zeggen en wat iemand dit het negatief zou bezien zou zeggen
Het is nuttig om de deelnemers te vragen de attributen rond de stereotype-hexagons zo te rangschikken dat de positieve bovenaan een de negatie onderaan liggen, in een soort bloemmotief. Dit helpt de mensen om een even groot aantal positieve als negatieve attributen te genereren. Er moeten ongeveer 3-5 positieve en 3-5 negatieve attributen per stereotype worden neergelegd.
Clustering van Attributen
Verwijder nu de hexagons met de namen van de stereotypen en hussel de attributen door elkaar totdat alle structuur verdwenen is. Vraag vervolgens de deelnemers om alle attributen die volgens hen bij elkaar horen opnieuw te clusteren in nieuwe entiteiten en deze een naam te geven. Dit zijn de nieuwe archetypen. Klaar!
Overige aanwijzingen
Er zijn een aantal dingen die kunnen helpen. Maar doe dit alleen als je voldoende ervaring hebt en je op je gemak voelt met de methodiek.
- Neem één of twee mensen apart uit iedere groep en laat hen geen namen geven aan de archetypen die verwijzen naar mensen. Gebruik in plaats daarvan dierennamen die metaforisch werken (leeuw, lemming), uit de pop-cultuur komen (Superman, Queen), of generieke rolnamen (grijze muis, rokkenjager). Als ze erop staan echte persoonsnamen te geven, vraag dan wat die persoon uniek maakt, en vraag hen dan om het archetype te hernoemen.
- Verklaar de verschillen tussen stereotypen en archetypen, maar alleen als de mensen bezig zijn met de laatste cluster en naamgevingsronde en ook alleen maar als ze uitkomen op stereotypische namen.

